
Bernard Z., de enige verdachte van de kunstroof in Assen die geen deal sloot met het Openbaar Ministerie, geeft toe dat hij wel betrokken was bij de roof. „Ik zeg niet dat ik geen rol heb gehad, ik heb de auto geregeld en kentekenplaten, maar ik ben niet in het museum geweest”, zei hij dinsdag in een verklaring bij aanvang van de rechtszaak tegen alle verdachten.
„Ik voelde wel dat het niet koosjer was, dat ze een kraak gingen plegen was me wel duidelijk, maar van een museum wist ik niks.”
Z. vindt dat met het bekendmaken van zijn naam en zijn foto, zijn privacy en dat van zijn familie is geschonden. „Met name mijn zusje heeft er veel last van gehad. Ik ben daar zeer boos over.”
Spullen terug in ruil voor afspraken
Begin deze maand werd bekend dat enkele verdachten (Douglas W. en Jan B.) in ruil voor afspraken over het proces, vermoedelijk strafvermindering, mee hebben gewerkt aan het terugvinden van de gouden helm van Cotonefesti en twee van de drie gouden armbanden. Na vele gesprekken kreeg het OM op 1 april de helm en twee armbanden weer in handen.
Zaterdag werd bekend dat derde verdachte Bernhard Z. niet mee wil werken aan een deal. Of Bernhard wel iets weet over die derde nog ontbrekende armband, is volstrekt onduidelijk. Het OM liet weten dat het ervan overtuigd is dat Douglas W. en Jan B. alleen informatie hadden over de helm en de twee andere armbanden.
De vier waardevolle Roemeense kunstschatten werden in de nacht van 24 op 25 januari vorig jaar gestolen uit het museum in Assen, nadat de rovers met zware explosieven via de goedereningang het pand waren binnengedrongen. De stukken waren in bruikleen van het Nationaal Historisch Museum in Boekarest en de roof leidde dan ook tot een rel tussen Nederland en Roemenië. De gestolen objecten waren onderdeel van de tentoonstelling Dacia – Rijk van goud en zilver.
Boos en verontwaardigd
Verdachten Douglas Chesley W. (37), Bernhard Z. (35) en Jan B. (21), allen uit Heerhugowaard, kwamen dankzij een enorme inspanning van de politie al snel in beeld als hoofdverdachten en werden gearresteerd.
Tijdens voorbereidende zittingen wilden ze weinig zeggen over hun betrokkenheid bij de roof en met name Douglas W. en Bernhard Z. gedroegen zich boos en verontwaardigd over hun aanhouding.
Jan B. bracht zichzelf en Douglas echter in een lastig parket toen hij tegen undercoveragenten zei dat Douglas de helm ergens had verstopt. In een verklaring die dinsdag werd voorgelezen reageert Jan daarop dat hij ‘in dat undercovertraject veel gelogen heeft omdat hij werd bedreigd’.
De agenten deden zich voor als Joegoslavische criminelen die hem erg onder druk zetten en zeiden dat liegen consequenties zou hebben, verklaarde B. Toch zou hij tegen de mannen gezegd hebben dat ze de roof ‘als team’ hebben gedaan. Douglas W. was tijdens eerdere zittingen duidelijk boos op B. dat hij tegen de undercovers had gezegd ‘dat Douglas de enige is die weet waar de helm is’.
4 ton voor ‘dat ding’
De zogenaamde Joegoslaven boden 4 ton voor ‘dat ding’, de helm dus. Jan B. zou geantwoord hebben dat dat veel te weinig is omdat de helm miljoenen waard is.
Uiteindelijk hebben Douglas en Jan dus besloten mee te werken met het Openbaar Ministerie. Maar Jan B. liet dinsdagochtend weten dat hij blijft gebruikmaken van zijn zwijgrecht. Dat mag overigens ook. Ook de andere twee verdachten geven amper antwoord op de vragen die de rechtbank heeft bij het behandelen van de feiten.