
De politie is veel tijd kwijt aan demonstraties waarop mensen afkomen om te rellen. Het geweld dat daarbij komt kijken, laat daarnaast sporen achter bij de betrokken agenten. „Het tij moet echt keren”, zegt portefeuillehouder geweld bij de politie Corry van Breda.
De druk op het politie-apparaat is groot, zegt Van Breda. De agenten die meerdere avonden in de week nodig zijn bij azc-demonstraties in bijvoorbeeld Loosdrecht of IJsselstein, kunnen niet op een andere plek worden ingezet. „Het handhaven van de openbare orde is ons werk. We kunnen het, we moeten het, maar als het elke avond nodig is bij demonstraties, kost het enorm veel capaciteit.”
De verharding in de maatschappij baart haar daarnaast zorgen. Want je zal er maar moeten staan, zegt ze, elke avond opnieuw, met positieve energie. ,,Wat mijn collega’s meemaken is niet mis. Ze krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd, maar dat zijn nog woorden. Er is ook letsel en trauma, vaak kortdurig, maar soms ook langdurig. Het is gewoon niet oké. Het tij moet echt keren. Kom op mensen, meer praten en minder vechten. Geweld is voor niemand fijn en lost nooit iets op.”
2000 geweldsincidenten meer
Van de bijna 2,7 miljoen meldingen waar de politie in 2025 op afging, werd bij ruim 25.000 incidenten geweld toegepast door politieambtenaren, blijkt uit de jaarcijfers. Dat is minder dan 1 procent. Het zijn wel grofweg tweeduizend geweldsincidenten meer dan in 2024. Een eenduidige verklaring is er niet.
,,Het heeft onder meer te maken met de grote hoeveelheid werk die we te verstouwen krijgen bij demonstraties”, zegt Van Breda. ,,Dat recht is een groot goed, we faciliteren het graag. Maar waar mensen vroeger kwamen om hun steun of protest te uiten en weer naar huis gingen, zien we nu allerlei groepen die niet komen om hun geluid te laten horen, maar vooral willen rellen met de politie, strafbare feiten plegen of de boel vernielen.”
Daar moet de politie hard tegen optreden, en dat lukt vaak niet zonder geweld. „Er moet maatschappelijk draagvlak zijn voor die harde aanpak, steun voor onze collega’s.” Is dat er voldoende? „Het is maar aan wie je het vraagt.”
Los van de vele manuren die demonstraties kosten, zorgen ze ook voor personele uitval. ,,In elke eenheid is een flink aantal mensen met langdurige klachten als een posttraumatische stressstoornis of een trauma”, zegt Van Breda. En dat met het toch al complexer wordende werk van de politie. ,,Dit moeten we niet willen als samenleving.”
Verwarde personen
Een andere stijgende trend is het aantal keren dat geweld moest worden gebruikt tegen mensen met ‘onbegrepen gedrag’. Bij meer dan 40 procent van de 25.000 geweldsincidenten ging het om verwarde personen, een stijging van 2 procent ten opzichte van een jaar eerder. „Echt een heel groot aantal”, vindt Van Breda.
Ook hier geldt dat het agenten veel tijd kost die idealiter op een andere manier zou worden gebruikt. „Onze mensen zijn niet getraind om zorg te verlenen, het is ook niet onze opdracht. We kunnen wel mensen uit een bepaalde gevaarlijke situatie halen, maar ze zitten vaak in een loop (herhalend patroon, red.). Langdurige zorg, echt aan het probleem werken, gebeurt lang niet altijd. Dan komen die mensen terug in dezelfde situatie en hebben we er dagen later weer mee te dealen.”
Een simpele oplossing is er niet; ook dit is een maatschappelijk probleem, vindt de politiechef. „Het moet aan de achterkant beter worden geregeld. De 24 uursnetwerken, het aantal bedden waar we mensen kunnen onderbrengen, de centrale regie op dossiers. Maar laat duidelijk zijn: niemand wil dit.”
Taser schrikt af
Het gebruik van een vuurwapen door politieambtenaren neemt al jaren af. In 2025 gebeurde het nog 1679 keer, tegenover 2149 keer in 2022. Tegelijkertijd wordt het stroomstootwapen veelvuldig ingezet: afgelopen jaar 1300 keer, tegenover 1114 keer in 2024.
De taser vult het gat op tussen pepperspray en een vuurwapen, constateert de politie. „Vaak is alleen het dreigen met het stroomstootwapen al afdoende. Daarnaast is het voor ons een goed geweldsmiddel. Het is op afstand te gebruiken en veroorzaakt hooguit valletsel.”
In totaal zetten ruim 12.000 agenten één of meerdere keren geweld in. Het vaakst ging het om (licht) fysiek geweld, bijvoorbeeld om demonstranten van de snelweg te halen. Ook meegeteld is geweld tegen goederen, zoals deuren en ramen. Van Breda licht het feit dat 1511 keer het spuugmasker werd ingezet er nog uit. „Bizar dat we dat zo vaak nodig hebben en het ons zo vaak overkomt.”
In 369 gevallen voldeed het gebruik van geweld niet aan het toetsingskader. Dat betekent niet per definitie dat de geweldsaanwending onrechtmatig was. „Vaak gaat het er dan om dat iets beter had gekund of de volgende keer anders moet.” In slechts vijftien gevallen werd er een maatregel opgelegd aan een agent. „Dat is geen borstklopperij, want wij willen niet dat het misgaat. Maar er gaat heel veel goed.”